ALPHEN AAN DEN RIJN - Het gerechtshof Den Haag heeft vandaag in hoger beroep een man veroordeeld voor de moord op zijn zakenpartner in Alphen aan den Rijn. Het Haagse hof acht bewezen dat hij op 3 augustus 2018 zijn zakenpartner met voorbedachten rade om het leven heeft gebracht. Hij krijgt hiervoor een gevangenisstraf van 17 jaar opgelegd, met aftrek van het voorarrest.

De man heeft zijn 54-jarige zakenpartner in de ochtend van 3 augustus 2018 om het leven gebracht bij het bedrijfspand van hun vertaalbureau. De verdachte en het slachtoffer waren op dat moment de enige aanwezigen in het pand. Nadat de verdachte bij aankomst inlogde op zijn computer heeft hij op enig moment een bijl, onkruidwieder en een stuk touw gehaald. Hij is daarna met de voorwerpen naar het slachtoffer gelopen, dat nietsvermoedend met een kop koffie in zijn hand de trap naar zijn kantoor opliep. Daar sloeg de verdachte opzettelijk meermalen met een bijl op het hoofd van het slachtoffer en wurgde hem, waardoor hij kwam te overlijden.


Het hof acht bewezen dat de verdachte op dat moment een eerder genomen besluit – de voorbedachten rade – om het slachtoffer te doden, uitvoerde. De verdachte maakte bij het doden van het slachtoffer gebruik van drie verschillende voorwerpen. Dat sterkt het hof in de overtuiging dat sprake is geweest van een vooraf gemaakt plan om het slachtoffer om het leven te brengen. Ook heeft de verdachte de voorwerpen bewust opgehaald. Naar het oordeel van het hof kon de man zich enige tijd beraden over de betekenis en de gevolgen van zijn daad.


Het hof acht niet aannemelijk geworden dat de verdachte die dag in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling heeft gehandeld. Het hof acht de verdachte volledig toerekeningsvatbaar. Daarmee is rekening gehouden bij het opleggen van de gevangenisstraf van 17 jaar.


De rechtbank Den Haag heeft de man in eerste aanleg veroordeeld voor doodslag tot een gevangenisstraf van 15 jaren.